TIEN
GOUDEN
VOORLEESTIPS
            
             Voorspel samen het verhaal.           
             Vraag op spannende momenten aan uw kind
             hoe het verhaal verder zou kunnen gaan.
             Besteed aandacht aan moeilijke woorden.
             Bedenk welke woorden moeilijk voor uw kind zouden kunnen zijn.
             Als uw kind het woord niet kent, kunt u helpen.
             Probeer een zin met een moeilijk woord ook
             eens op een andere manier te vertellen.
             Maak het levendig
             U kunt bij het voorlezen ondersteunende geluiden of
             bewegingen maken of uw kind vragen om iets (voor)
             te doen.
           
             Praat na over het boek
             Ook als het boek uit is, kunt u er nog een keer op terugkomen.
             U kunt na afloop een vraag stellen om erachter te komen of uw kind het verhaal
             echt goed begrepen heeft.
            
             Lees het boek meerdere keren voor
             Waarschijnlijk zal uw kind vragen om het boek nog een keer voor te lezen.
             Dat is ook goed. Uw kind leert er iedere keer weer iets nieuws van.
             Aan de hand van de tekening kan uw kind
             het boek ook zelf "voorlezen" aan iemand anders.